GLEN MILLS - SCHOOL VOOR WINNAARS
een fragment
ROBIN
Het enige dat ik kan denken: weg.
Weg.
Weg.
Weg.
Weg.
Weg.
Weg.
Jullie zijn dom.
Jullie rukken in vieze hoeken.
Jullie spugen op mij onder de douche.
‘Jodenkind.’
‘Kan je vader je hier niet weg kopen?’
‘Gooische flikker.’
Weg.
Weg.
Weg.
Weg.
Met mijn ouders aan een tafel eten.
Een boek lezen.
Nadenken.
Ik wil weg.
Weg VWO.
Weg universiteit.
Weg carrière.
Ik weet dat ik in de knop wordt gebroken.
Dat is het allerergst.
Ik ben mij ervan bewust.
Dat ik hier niet hoor.
Dat ik hier kapot ga.
Jezelf zien kapot gaan is onwerkelijk.
Maar daarom niet minder verschrikkelijk.
Dronken na een hockeyfeest.
En iemand zei:
‘Dat durf je nooit.’
We liepen over de begraafplaats terug naar huis.
Ik sloeg met mijn stick een paar keer.
En toen brak die zerk.
En even later de volgende.
Vier graven heb ik bezoedeld.
Eén van mijn eigen oma, bleek later.
Mijn vader was woest.
Met plezier bracht hij me hier.
In zijn Bentley.
Ik stapte uit en er stonden drie Bulls buiten te roken.
Binnen de kortste keren wist iedereen dat ik uit Laren kwam.
Weg eerlijke kans.
Weg.
Weg.
Weg.
Ver weg van hier.
Dat wil ik.
Maar ze slepen me terug.
Altijd.
Aan mijn haren als het moet.
Maar er moet toch een oplossing zijn.
Een manier.
Om weg te komen.
Om voorgoed hier weg te zijn.